Even voorstellen: Alain Bosma

De 18-jarige Alain Bosma heeft al enorm veel theaterervaring voor zijn leeftijd. Zo’n 12 jaar geleden begon hij bij een kleine theatervereniging in Hoorn en later stapte hij over naar het NKT in Purmerend. Van daaruit kwam hij weer terug naar Hoorn, waar hij nu al zeven jaar bij het Talententheater speelt. Daar kreeg hij vorig jaar de hoofdrol in de avontuurlijke musical ‘De kast der schone schijn’. Als het personage Erik stond hij met al zijn medespelers in de grote Park Schouwburg. Als Erik zijn vriendinnetje Nina zoekt, belandt hij met haar in een antieke kast. Daar begint een geweldig avontuur over heksen en gekke volkjes. Natuurlijk kwam alles goed.

Peter Groenendijk, producent van OER, was betrokken bij het Talententheater en vroeg Alain of hij iets voelde voor deelname aan OER. Hij hoefde geen moment te twijfelen en zei gelijk toe. ‘Ik heb nog nooit buiten geacteerd en wilde dat graag meemaken. Daarnaast vind ik de bedoeling van OER heel mooi.’ Alain speelt meerdere rollen en is daar heel blij mee: ‘Elke rol is anders, je hoeft dus niet telkens hetzelfde te doen. Ik mag steeds iets nieuws doen.’

Alain vindt het proces van OER heel bijzonder. ‘Je werkt heel nauw met elkaar samen, want alleen met elkaar kunnen we dit realiseren. Dat vind ik gaaf.’ Zelf is de stagiair bij een hotelreceptie niet heel duurzaam. ‘Dat kan beter, ik denk er wel veel over na en dat vind ik ook al goed.’ Zijn visie over de wereld over 50 jaar is aardig positief: ‘Over 50 jaar is de wereld verpest door al het afval, maar ik denk ook dat er heel veel nieuwe technische dingen zijn bedacht en dat er veel ziektes behandeld kunnen worden die nu nog niet behandeld kunnen worden.’

De jonge acteur heeft een enthousiaste boodschap voor het publiek: ‘Kom allemaal kijken, want het wordt een fantastisch en mooi toneelstuk. De bedoeling is heel goed en het wordt ook nog eens super goed gespeeld. Deze kans wil je zeker niet missen, dus kom kijken.

Veelzijdige jonge theaterschat

De cast van OER bestaat niet alleen uit verstokte theaterdieren met heel veel ervaring. De spelersgroep heeft ook enkele jonge honden in de gelederen. Martijn Steenvoorden is er eentje van. De veertienjarige staat overigens niet voor het eerst op de planken. ‘In Woerden, waar ik een tijd heb gewoond, heb ik 2 jaar les gehad bij circusschool Hannes en Co. Aan het einde van een jaar traden we op voor ouders en vrienden. In groep 5/6 had ik een grote rol in de kerstmusical en ik deed een toneelcursus bij het Hoornse Dazzling. In het stuk dat we maakten, speelde ik een van de maffialeden. Daarna kwam de eindmusical van groep 8, waar ik de rol van journalist mocht vertolken. Nu zit ik alweer 2 jaar op het Talenten Theater, waar ik elke week met plezier heen ga.’

Mooiste rol
De mooiste rol die Martijn in zijn korte theatercarrière speelde, was die van mijnheer Van Brummelen in de kerstmusical ‘Droomkerst’. ‘Meneer Van Brummelen was een oude gezellige brompot die in het ziekenhuis lag. Door een ongeluk komt “oma” bij hem op zaal. Oma is altijd vrolijk en zal kerstmis door haar val “noodgedwongen” in de ziekenhuiszaal vieren. Van Brummelen vindt dit uiteindelijk ook goed en geniet stiekem van al die gezelligheid,’ lacht Martijn.

Vuilniskinderen
Na een artikel in de krant aarzelde Martijn geen moment en gaf zich op voor de audities van OER: ‘Ik werd enthousiast omdat ik nog nooit aan een buitenproductie mee heb gedaan. De geluiden van de natuur zijn een extra beleving bij het toneelspelen. MAK Blokweer is daarnaast voor mij lekker dichtbij. Het is superleuk dat je zelf ideeën over het script mag inbrengen. De groep is heel prettig en ik voel me er goed thuis!’ In OER speelt Martijn een van de vuilniskinderen en is hij in sommige scènes in het ensemble te zien. ‘Mijn personage heet Mo en is een kind dat op de vuilnisbelt leeft. Door alle rommel die de mens produceert zijn er enorme vuilnisbelten ontstaan, Mo leeft op één van die belten. De vuilniskinderen willen heel graag weg.’ Zelf is hij best duurzaam: ‘Ik scheid afval, douche kort en doe de lichten uit als ik niet in de kamer ben. Ik denk dat er over 50 jaar veel minder vervuilende auto’s zullen zijn en ook minder e-bikes. Iedereen woont in aardehuizen en ook zullen er juist minder robots zijn. Anders is er veel te weinig werk voor de mensen.’

Theatrale duizendpoot zoekt wraak

Silvia Besseling (46) is in OER één van de goden. Ze vertolkt de rol van Nemesis, de godin van de gerechtigde wraak. In het dagelijks leven is ze getrouwd met Jeroen, moeder van 2 tienerdochters en werkt ze als functioneel applicatie coördinator in het Spaarne Gasthuis in Hoofddorp. Theater is haar met de paplepel ingegoten: ‘Van kinds af aan stond ik al op het podium. Eerst voornamelijk gericht op zingen en op de middelbare school raakte ik betrokken bij het schoolcabaret. Ik ontdekte toen dat ik acteren ook heel erg leuk vond. Qua zang ben ik gestart bij het plaatselijke kinderkoor van de kerk. Daarna volgden het Jongerenkoor, de Moonliners en Vocallure. In 1998 werd ik lid van toneelvereniging De Oefenschool in Wognum, waar ik ook alweer jaren in het bestuur zit. Naast het zelf op de bühne staan, gaan wij ook graag naar voorstellingen kijken. In de regio West-Friesland zijn er veel verenigingen die hoogstaande voorstellingen ten tonele brengen.’

Duizendpoot
Jeroen, Silvia’s man, deed jaren terug mee met het openlucht theaterspektakel ‘Na Ons’ van Stichting Geestmer. Toen Silvia via via over OER hoorde, aarzelde ze niet: ‘Ik heb altijd geroepen dat als er zoiets op mijn pad zou komen ik gelijk ja zou zeggen. Het is gewoon een heel bijzondere ervaring om toe te voegen aan mijn theater CV!’ Op het inschrijfformulier voor de audities had de theatrale duizendpoot zo’n beetje alles aangevinkt. Ze wilde er zeker van zijn dat ze niet buiten de boot zou vallen. Uiteindelijk werd ze deel van de spelerscast en mag ze de rol van Nemesis voor haar rekening nemen. ‘Samen met mijn collega-goden en moeder Aarde maken wij ons zorgen over de toekomst van de aarde. Er moet iets gebeuren om er voor te zorgen dat ook de toekomstige generaties nog van al het moois van de natuur kunnen genieten. Daarbij probeer ik als Nemesis te kijken naar een evenwichtig balans tussen mens en dier, technologie en natuur, etc.’

Buiten repeteren en vloekwoorden
Nemesis is een pittige tante en in één van de repetities vloekt ze hard. Dat had wat hilarische gevolgen toen ze op locatie, dus buiten, repeteerden. Silvia lacht: ‘We herhaalden toen de scène waarin ik dit moest zeggen heel vaak. Na de repetitie kreeg regisseur Theo van een van de jeugdspelers een filmpje. Hij woont een eindje bij Mak Blokweer vandaan, maar mijn verd…. was bij hem thuis luid en duidelijk te horen!’
Het buiten repeteren is voor Silvia het ultieme repeteren. ‘Vooral als de geitjes en lammetjes op ons repetitieveld staan is dat geweldig,’ glimt ze. ‘Na 3 dagen kantoor vind ik het heerlijk om op donderdagavond in de buitenlucht te repeteren. Lekker genieten van de frisse lucht, de ondergaande zon en de geluidjes van de natuur. Een paar weken geleden had Irene vriendschap gesloten met 1 van de lammetjes. We konden hem uitgebreid knuffelen. Hij kwam steeds weer terug als we hem riepen.’

Een klein verzoek
Het staat vast dat Silvia veel plezier heeft bij de voorbereidingen van OER. Ze heeft echter een klein verzoek aan alle bezoekers: ‘Duim allemaal voor de mooiste septembermaand sinds jaren, dan gaat het helemaal goed komen. Wij hebben er lol in en zeer hard gewerkt om een voorstelling neer te zetten waar jong en oud van kan komen genieten. Tot in september!’

Laatbloeier Harrie speelt de Grimmige Waterval

Harrie Gort, onlangs 67 jaar geworden, beschouwd zichzelf als een laatbloeier. Qua werk doet hij niets meer, doordat hij op zijn 62e met vervroegd pensioen kon. Die mogelijkheid opende voor hem een leven vol theater. ‘En soms ook wat drama!’ vult hij lachend aan. ‘In de laatste jaren bij mijn vorige werkgever ABN AMRO deed ik mee aan een cabaret met zang en spel en we speelden dan in de grote theaters van Nederland, waaronder De Meervaart in Amsterdam, het Chassé Theater in Breda etc. Ik had de eer daar te werken met goede regisseurs als Daniel Cohen en Dick van den Heuvel. Dat smaakte naar meer en dus speelde ik, vanaf mijn pensioen, mee met diverse musicalverenigingen in West Friesland.’

‘Mensen dachten vaak dat ik het niet naar mijn zin had als ik weer overstapte, maar dat was helemaal niet waar. Ik wilde juist zoveel mogelijk leren. Zo was ik o.a. Tickens in Beauty and the Beast bij Z&V in Opmeer, speelde ik in Zwaag o.a. in Joseph and the Amazing Technocolor Dreamcoat en deed ik mee aan A Christmas Carol bij AZOV. Nu speel ik bij Theatergroep Groots in Hoorn als domme boef. Daar spelen we de voorstelling Braaf, waar ik samen met mijn schoondochter in sta. Daarnaast speel ik ook in allerlei toneelstukken. Mijn mooiste rollen zijn de klok Tickens in Beauty and the Beast en mijn rol in Medea 2.0, waarin ik met danseres Nanska van de Laar mag spelen.’

Grimmige Waterval

Harries netwerk is enorm groot en dus is het niet zo gek dat hij de oproep voor speler van OER onder ogen kreeg. ‘Ik hou van locatietheater en ook het onderwerp sprak me aan: de wereld die toch langzamerhand ten onder gaat. Ik vertolk de rol van Fossegrimmen, één van de goden. Die start eigenlijk de discussie dat het allemaal zo niet meer kan. De andere goden vinden het eerst niets maar ik krijg ze wel mee. Fossegrimmen eigenlijk een natuurwezen, letterlijk betekent het in het Noors grimmige waterval.’ Als de spelers bij MAK Blokweer uit zoeken hoe hun scenes gespeeld moeten worden, is Harrie in zijn element. ‘Dat is zo anders dan op de vlakke vloer in de school waar we repeteren!’

Gewetensvraag

Hoe duurzaam Harrie zelf is, vindt hij een gewetensvraag. ‘Ik denk dat ik meer kan doen, maar doe dat niet altijd. Wel afval consequent scheiden natuurlijk. Maar als ik iets koop, kijk ik niet altijd hoe het zit met de duurzaamheid. De eigen portemonnee is helaas ook nog een gegeven. Ik hoop echter wel dat iedereen over 50 jaar heeft ingezien dat het toch anders moet. Dat Trump er niet meer is en we een wereld hebben waar we rekening met elkaar moeten gaan houden. Ik ben echter bang dat ik toch op een roze wolk loop. Maar ik wil het graag geloven.

Geniet van je rol, hoe klein die ook is

Harrie wil met al zijn ervaring graag wat meegeven aan zowel publiek als zijn collega’s. ‘Publiek, Geniet van de spelers hoe zij weergeven wat je zelf eigenlijk al lang denkt.
En medespelers, geniet van je rol hoe groot of klein die ook is. Het zit hem echt niet in het aantal woorden tekst dat je hebt. Het gaat om de uitvoering. Er zijn geen kleine rollen. Iedereen is belangrijk. Makers; succes met de verdere uitvoering. Er zijn vast nog veel hobbels te nemen.’

Moeder Aarde aan het woord

De cast en crew van OER! bestaat uit een zeer uiteenlopende groep spelers en medewerkers afkomstig uit heel West-Friesland. Wekelijks stellen wij graag enkele acteurs, actrices, dansers, zangers en andere betrokkenen aan u voor met een kort interviewtje! 

De 46-jarige Fleur Bolink vertolkt in OER! de rol van de oudste van alle goden: Moeder Aarde. In het dagelijks leven werkt Fleur als trajectbegeleider in de psychiatrie. In eerste instantie had ze zich bij dit project opgegeven als zanger: ‘In een ver verleden heb ik van alles gedaan met theater: spelen, schrijven, les geven, belichten, enzovoort. Een heel gave ervaring vond ik de ministage die ik ooit deed bij de Dogtroep, inclusief het mee mogen doen aan een optreden. Je leert daar heel anders werken: niet acteren, maar handelingen uitvoeren. Een nieuwe ervaring voor mij, in een schitterende inspirerende groep. De laatste jaren heb ik me echter meer bezig gehouden met werk, gezin, zang en liedjes schrijven.’

Fleurs oog viel op een oproep in de krant en ze werd meteen enthousiast: ‘Voor mij komen bij OER! meerdere grote passies van mij samen: (spektakel-)theater, natuur, het MAK waar ik al jaren graag kom en een ecologisch thema. Ik vind het heel fijn om toch het werken met theater weer op te pakken en het is een grote eer om Moeder Aarde te mogen spelen. Deze dame is ontstaan uit grote strijd en krachten. Via haar ontstonden de overige goden en ook de mens, maar die heeft een zwarte, vernietigende kant en Moeder Aarde weet niet goed wat ze met hen aan moet.’

Op de vraag hoe duurzaam Fleur zelf is, denkt ze goed na: ‘Ik doe mijn best, maar realiseer mij ook dat alles nog weer vele malen ingewikkelder in elkaar zit dan je telkens weer denkt. En dat we als mens vooral ‘penny wise pound foolish’ zijn: geen lader in het stopcontact laten zitten, maar wel met het vliegtuig op vakantie gaan. Geen vlees eten, maar wel avocado’s laten over komen uit Nieuw Zeeland. Ik draag mijn steentje bij met zonnepanelen, met een zuinige auto, met veel vega en veganistisch, met gescheiden afval. Toch is het nog lang niet genoeg.’ Fleur is echter niet wanhopig en de uitspraak van Moeder Aarde ‘Laat het ons maar zien, Jannes,’ spreekt haar het meeste aan. ‘Deze uitspraak kan zowel hoopvol als wanhopig geïnterpreteerd kan worden, precies zoals mijn personage zich voelt. En ook ik vestig mijn hoop op de creativiteit van de mens. En de wil tot samenwerking, samenleven. Want zonder dat zijn we verloren.’